Linde Healthcare Benelux
Zoeken
Sitemap Webshop Contact
Linde HealthcareBenelux
Home Klinische omstandigheden COPD Hoe wordt de diagnose COPD gesteld?

Hoe wordt de diagnose COPD gesteld?

Een diagnose van COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) wordt overwogen bij elk individu dat typische symptomen vertoont met een geschiedenis van blootstelling aan risicofactoren, zoals roken, veelvuldige longinfecties en bepaalde industriële verontreinigende stoffen.
De diagnose wordt bevestigd door middel van longfunctietesten, waaronder spirometrie. Deze longfunctietest meet het volume van ingeademde of uitgeademde lucht als functie van tijd dat wordt neergezet als Forced Vital Capacity (FVC) en Forced Expiratory Volume in one second (FEV1).
Daarnaast zijn er diverse procedures beschikbaar om het zuurstofniveau te meten in het bloed, waaronder een arteriële bloedgastest (ABG) en een zuurstofverzadigingstest.

Een bronchodilator reversibiliteitstest moet worden uitgevoerd om astma uit te sluiten (er wordt een luchtwegopener toegediend aan de patiënt, bij astma-patiënten leidt dit tot betere resultaten van de longfunctie, bij de meeste COPD-patiënten zullen de resultaten niet veel verbeteren).
Over het algemeen wordt COPD ondergediagnosticeerd en onderbehandeld, in vele gevallen komt dit door een gebrek aan kennis over de ziekte of de beschikbaarheid van behandeloplossingen.


Artsen onderscheiden vijf verschillende fasen van COPD

Fase 0:Risico van het ontwikkelen van COPD. Hoewel de longfunctie nog normaal is, bestaan er symptomen als hoesten en slijmproductie.

Fase I:Lichte COPD. De luchtstroom is al beperkt (FEV1/FVC < 70%, maar FEV1 = 80% voorspelde waarden), hoewel de patiënt het nog niet gemerkt kan hebben. De symptomen zoals hoesten en slijmproductie kunnen aanwezig zijn.

Fase II:Matige COPD. De luchtstroom is beperkt (50% = FEV1 < 80% voorspeld) en de symptomen nemen toe in sterkte en frequentie. Om deze reden gaan vele patiënten in deze fase naar een arts.

Fase III: Ernstige COPD. Kenmerkt zich door een ernstige beperking van de luchtstroom (30% FEV1 = FEV1 < 50% voorspeld). De symptomen hebben invloed op de kwaliteit van leven van de patiënt.

Fase IV: Zeer ernstige COPD (FEV1 < 30% voorspeld). In deze fase kan de beperking van de luchtstroom levensbedreigend zijn en kunnen er complicaties als hartfalen en respiratoire insufficiëntie aanwezig zijn. Zelfs als FEV1 hoger is dan 30%, wordt de COPD gezien als zeer ernstig als chronische respiratoire insufficiëntie wordt gediagnosticeerd.





Recent aangeklikte schermen:


Terug Afdrukken
Copyright Linde Gas 2005 Gebruiksvoorwaarden

DCSIMG